Voorzorgs- maatregelen

Acclimatiseren en opslag van het te leggen parket

Het parket moet extra gedroogd worden tot een ideaal vochtgehalte van 8 à 10 procent relatieve vochtigheid. Daarom is het aan te raden om de te leggen parketdelen één week voor de plaatsing te laten acclimatiseren in de verpakking en in de ruimte waar het gelegd zal worden. Zo kan het hout zich aanpassen aan de omgevingstemperatuur. De ruimte moet verwarmd en droog zijn met een relatieve luchtvochtigheid van 40 à 60 procent en een temperatuur tussen 15 en 25 graden . Die factoren gaan immers impact hebben op het uitzettingsvermogen van uw parketvloer. Laat steeds ruimte (10 mm) tussen het parket en de muren en buizen, zodat het hout kan uitzetten.

Het parket leggen moet ook altijd de laatste taak zijn op een werf. Zorg er dus voor dat het pleisterwerk, de betegeling en de ondervloer goed droog zijn en dat de ramen, de verwarming en de sanitaire voorzieningen op de werf geklaard zijn zodat men geen risico loopt op waterschade.

Bij nieuwbouw bevordert verluchten en verwarmen het droogproces. Het aanbrengen van een isolerende onderlaag vermijdt dat de ondergrond vocht afgeeft aan het hout of parket. De ondergrond bepaalt vaak welk type parket (nagelen, lijmen of zwevend) u zult kunnen plaatsen. U moet in elk geval zorgen voor een regelmatige en effen ondergrond. Dit kunt u gemakkelijk controleren met een waterpas.

De plaatsingsmethode van het parket hangt af van zijn dikte, daarom beslist u de parketdikte best voor het leggen van de chape en de deuren. Pas daarna kunt u de nodige maatregelen nemen betreffende de isolatie van de vloer, aansluitingen, dikte van de chape, enz.

Het is ook belangrijk om te weten dat de UV- stralen van het zonlicht na een bepaalde tijd een kleurverandering op uw afgewerkt parket kunnen teweeg brengen. Parket onder een kast gaat bijvoorbeeld minder verkleuring vertonen dan parket schuin onder een raam. Bovendien kunnen er bij te grote temperatuurverschillen of een te hoog vochtgehalte krommingen, vlekken, kieren, naden en barsten ontstaan.
Volgende aandachtspunten dienen strikt nageleefd te worden:

Controle ondergrond: vlakheid - vochtgehalte -mechanische eigenschappen - zuiverheid

Oppervlaktecohesie van de ondergrond.

Zuiverheid en voorbereiding van de ondergrond.

Bij cementvloeren of traditionele anhydrietvloeren (licht schuren voor aanvang) is het noodzakelijk om een voorstrijklaag met verdunde lijm aan te brengen, die verenigbaar is met de dekvloer. Voorschriften van de lijmfabrikanten dienen aangehouden worden. Bij een houten ondergrond is het belangrijk om die eerst te schuren tot u de gewenste ruwheid en vlakheid heeft bereikt.

Vochtigheid van de ondergrond volgens de WTCB voorschriften.

Relatieve vochtigheid van de lucht tussen 40% en 60%.

Controle van de vochtigheid van het te plaatsen materiaal.

Goede conditionering van alle materialen voor de aanvang van de werken tot deze de noodzakelijke droogte bereikt hebben.

Voorzien van een zwelvoeg (omtrek- en verdeelvoeg), afhankelijk van de oppervlakte van de te plaatsen vloer.

Temperatuur van het binnenklimaat (15-25°) zowel voor als na de werken.

De temperatuur en de relatieve vochtigheid blijven nadien van essentieel belang. Deze waarden (vochtigheid tussen 30% en 60% en temperatuur van 15° ) moeten strikt aangehouden worden. Ook te hoge temperaturen (door bijvoorbeeld de inwerking van zonlicht) kunnen schadelijk zijn.

Belangrijk is ook de tekst TV 218 ‘Houten vloerbedekkingen: plankenvloeren, parketten en houtfineervloeren’ (WTCB 2000) na te lezen.

 

Aarzel niet ons te contacteren als u vragen heeft : vanhoeckflooring [at] gmail.com